Verhaal
De woestijnkievit
Laatst hoorde ik op de radio een kort bericht over een bedreigde vogelsoort. Ik dacht dat het een ‘woestijnkievit’ was, maar die blijkt op het hele internet niet te vinden. Doet er ook niet zo toe. In elk geval was het aantal woestijnkieviten, zoals ik ze toch maar blijf noemen, de laatste jaren drastisch teruggelopen: van enkele duizenden een paar jaar geleden tot nog maar enkele honderden nu.
En onlangs nog bleek, dat een mij tot dan toe volkomen onbekende koraalsoort nu definitief uit de Noordzee verdwenen was. Bij het vernemen van dergelijke noodlotstijdingen vraag ik me serieus af wat de boodschapper ermee voor heeft. Nog maar eens ten overvloede duidelijk maken dat niet alleen die ene soort, maar alle leven op onze planeet ten dode opgeschreven is? Dat het einde ter tijden nadert? Dat Armageddon nabij is? En dat dat voor een belangrijk deel onze, of beter: mijn schuld is?
Ik heb aan niemand een grotere hekel dan aan mensen die alleen maar benadrukken dat het elke dag een stukje slechter gaat met onze aarde. Het heeft iets pesterigs, iets sadistisch, alsof ze ervan genieten.
Mijn dag is dan verziekt, of grotendeels althans. Het hangt een beetje van het been af waarmee ik die morgen uit bed gestapt ben, maar over het algemeen duurt het toch een paar uur voordat ik over zo’n mededeling heen kan stappen en mijn leven gewoon weer op kan pakken.
Toen ik hoorde hoe slecht het met de woestijnkievit ging, was mijn eerste reactie er een van diepe teleurstelling: weer een soort op de drempel van uitsterven!
Maar daarna werd ik pissig. Ik weet nu ook waarom. Maak ik – nota bene voor het eerst – kennis met een mij onbekende soort en dan is het daar hup, meteen alweer mee afgelopen!
Wat moet ik nou met dit soort informatie, dacht ik. Waarom vertel je me dit? Ik heb niet eens de kans gehad om aan het idee te wennen dat er überhaupt een dergelijk dier bestaat!
Had me onwetend gelaten, verdomme! Dan had ik me nu minder ongelukkig gevoeld.