Verhalen Gedichten Muziek Contact
  • Verhalen
  • Gedichten
  • Muziek
  • Contact

Verhalen en gedichten van Pieter van Kesteren

Verhaal

De lamme en de blinde

Vanuit de donkere, naar pies en gymschoenen stinkende gang kwamen we in het felle zonlicht. Ik knipperde met mijn ogen. De lucht boven ons was dieper blauw dan ooit. De zon leek recht boven ons te staan. Alle lijnen waren scherp, alle kleuren vol en fel. Ergens vanuit dat diepe blauw daalde een donzig zacht briesje neer met de appelgeur van lindebloesem. Nog één week, en dan was het zomervakantie.

Juffrouw Sliegers zei dat we onze bovenkleren uit moesten trekken en dat we ons in twee rijen moesten opstellen voor de hoofdingang van de school, net onder de bel. Een twintigtal jongetjes met magere borstkas, dunne armen en dunne beentjes. Onze korte broeken reikten tot onze knieën.

Het was vrijwel stil, alsof de wereld aan een middagslaapje bezig was. Het rumoer van auto’s die over de grote weg verderop voorbijkwamen, drong hier nauwelijks door. De mussen hadden vrij spel. Aan hun stuwende getjilp vanuit de hagen en vanonder de pannen van de huizen rond het schoolplein kon je horen dat het warm was. De aarde in de schooltuin was droog en grijs.

Er hing een vage geur van brandend gras. Ergens moest iemand bezig zijn met het verbranden van tuinafval. Ik keek om me heen maar zag nergens rook.

Vlakbij het schoolhek stond een groot klimrek in de vorm van een zadeldak. Het was gebouwd van ontvelde dennenstammetjes die in de loop der jaren spekglad geworden waren door alle vettige kinderhanden. En de grond onder het klimrek was jarenlang aangestampt door spelende kindervoeten. Er groeiden alleen enkele tredplanten en enkele verdwaalde plukjes gras.

Gymles. Juffrouw Sliegers zei dat we iemand moesten kiezen om samen een oefening te doen. Ik treuzelde met opzet om te voorkomen dat ik afgewezen zou worden. Er waren er meer die er zo over dachten. Toen het allemaal te lang leek te gaan duren, maakte juffrouw Sliegers de paren zelf compleet.

Mij koppelde ze aan Lambert. Lambert, de enige jongen op school die niet normaal kon lopen. Lambert had polio gehad. Ik wist niet wat polio was, maar als die tot gevolg had dat je beugels om je benen nodig had, en dat je tanden zo bruin waren en je gezicht zo klein en rat-achtig, dan moest het wel een ernstige ziekte zijn. Niemand van ons was dik, maar Lambert was met afstand de magerste. Dat viel des te meer op doordat hij een van de langste was in de klas. Zijn kleine eironde hoofd stond onvast op de lange nek. Zijn dunne armpjes waren nauwelijks dikker dan die van een baby. Uit zijn hoge zwarte schoenen staken twee metalen strips die met lederen banden boven en onder de magere knieën waren vastgegespt.

Maar Lambert was bepaald niet zielig. Integendeel, hij had kille grijze ogen en kon ondanks zijn ogenschijnlijke zwakte kon hij ongelooflijk hard en gemeen knijpen. Dat deed hij dan ook meestal als hij zijn woorden kracht wilde bijzetten. Wanneer hij liep knikten zijn knieën naar binnen. Zijn gang had wel iets van die van een grutto of een andere waadvogel.

Hij grinnikte toen de juffrouw me naar hem toe duwde. Hij had hoge glanzende jukbeenderen met daaronder holle wangen en een brede mond. Als hij zijn kleine zwarte tanden bloot lachte was dat de grijns van een clown.

Juffrouw Sliegers gebood ons achter elkaar te gaan staan. Ik stelde me dus op voor Lambert, want hij zou mij nooit kunnen dragen. Toen ze op haar scheidsrechtersfluit blies, sloeg Lambert zijn magere armpjes om mijn nek en probeerde zich op te trekken, maar hij slaagde er maar niet in zichzelf voldoende omhoog te hijsen. Zijn greep om mijn nek was zo strak dat ik het gevoel had te zullen stikken. Ik wankelde, eerst naar links, toen naar rechts en vervolgens tuimelden we samen achterover. Ik hoorde hoe Lamberts adem uit zijn magere borstkas werd geperst toen ik bovenop hem terecht kwam. Hij begon zo te gillen en te huilen, dat juffrouw Sliegers me een enorme mep verkocht zonder eerst naar te toedracht te vragen. Mijn oor begon te suizen en te gloeien en ik vervloekte Lambert. Het liefst had ik hem een harde trap tegen zijn dunne beentjes gegeven, maar ik hield me in. Dat was niet zo moeilijk omdat ik wist hoe meedogenloos juffrouw Sliegers kon straffen.

Ik mocht niet mee terug de klas in en moest op de gang blijven staan.

Scroll verder

Vorige verhaal: De woestijnkievit Volgende verhaal: Zondag
Verhalen Gedichten Muziek Contact

© 2026 De zwarte rapunzel. Alle rechten voorbehouden.

Privacy

Tenzij anders vermeld berusten alle rechten op de teksten die je op deze site aantreft bij De zwarte rapunzel, vertegenwoordigd door Eva van Kesteren en Simon van Kesteren.

Gehele of gedeeltelijke overname, plaatsing op andere sites, verveelvoudiging op welke andere wijze dan ook en/of commercieel gebruik van deze informatie is niet toegestaan, tenzij hiervoor uitdrukkelijk schriftelijke toestemming is verleend. Voor meer informatie, neem contact met ons op.