Gedicht
Modderpaarden
Onder de leigrijze hemelSnijdt de scherpe windzijn herfst in dunne plakken– ijle schijven regendag,doorzichtig bijna, bijna niet.
De geur van vochtig stro,van regen en van varkensmeststaat rechtop in de velden.
En besmet met platgereden klei,liggen er de wegen– verlegen en voorspelbaar –in de kilte van dit land.
Zelfs voor mij – ik was een vreemde –had deze zondag geen geheimen.Alleen de modderpaardenzag ik vandaag pas voor het eerst.