Gedicht
Het eerste kievitsei
Hij kijkt uit een raam van jongensogenEn volgt de buurvrouw, dieOnder wolkeloze hemelZijn druipende gemijmerAan een lijn te drogen hangt
Van ver klinkt de weerklankVan mattenkloppers;StofzuigersEn straaljagers
“Doe dat raam dicht,want het tocht”,roept de ijverige moeder.